Leerlingen zorg
Home
Remedial teaching

  Help, het gaat niet goed met mijn kind ............

- Klik hier voor de hulproute -
 

Dossiervorming Toelatingsbeleid/leerlingenstatuut
Doublures

Toelating van leerlingen met een leerling-gebonden financiering (rugzakje)

Leerlingenzorg en remedial teaching
Orthoteek Weging
Rapporten

Weer samen naar school/samenwerking NIS

Sociale veiligheid

Zieke leerlingen (langdurig)

Dyslexie; informatie voor ouders - Extern onderzoek en hulp bij dyslexie Zorg voor het jonge kind

De zorg voor de kinderen

Dossiervorming

De school krijgt via de peuterspeelzalen beschrijvingen van de individuele ontwikkeling vanaf tweejarige leeftijd.
De IB-ers maken gebruik van groepsbesprekingen en vragen recente ontwikkelingen van het kind na bij de leerkracht. De leerkracht heeft zelf al ideeën ontwikkeld om kinderen verder te begeleiden.

In ParnasSys, een digitaal volgsysteem, worden persoonlijke en didactische gegevens bijgehouden. Indien van toepassing worden gegevens van externen bijv. logopedie hierin opgenomen. 

Van alle leerlingen worden in de klassenmap gegevens bijgehouden. Dit zijn alleen persoons- en didactische gegevens. De school stelt een onderwijskundig rapport op ten behoeve van de schoolverlaters. 

Van de zorgleerlingen worden dossiers bijgehouden.

Hierin worden de volgende gegevens verzameld: 

bulletPersoonsgegevens (naam, adres, geboortedatum etc.)
bulletGewichtenregeling (gezinssituatie, werksituatie, opleidingsniveau, nationaliteit)
bulletSpecifieke gegevens van derden (bijvoorbeeld onderzoeken)
bulletDidactische gegevens (gegevens gericht op de vorderingen)

Elke ouder heeft het recht om de vastgelegde gegevens in te zien (Wet Persoonsregistratie). Ook heeft elke ouder het recht om te eisen dat gegevens verbeterd, aangevuld of verwijderd worden. Om gegevens aan anderen te kunnen verstrekken (bijvoorbeeld aan het Voortgezet Onderwijs), wordt de toestemming van ouders gevraagd. 

De gegevens die wij verzamelen zijn ouders bekend en hebben alleen tot doel het kind goed te kunnen begeleiden. Alleen de leerkrachten zijn bevoegd de dossiers te bekijken. We bewaren de gegevens drie jaar na vertrek van het kind en zorgen daarna dat het dossier wordt vernietigd.

Doublures

De leerlingen kunnen in beginsel binnen een tijdvak van acht aaneensluitende jaren de school doorlopen. Het streven daarbij is een kind niet te laten doubleren. In goed overleg met de ouders en/of verzorgers is het mogelijk dat een kind maximaal één jaar langer over de basisschool doet.

Het belang van het kind staat hier voorop.

Leerlingenzorg en remedial teaching

De zorg voor de leerling speelt in ons onderwijs een belangrijke rol. Alle leerlingen moeten een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken. In ons onderwijsaanbod moeten wij dan ook rekening houden met de individuele mogelijkheden van iedere leerling. Voor leerlingen die onvoldoende kunnen profiteren van ons onderwijsaanbod, of voor wie het aanbod niet voldoende is, hebben wij extra zorg ontwikkeld. Het onderwijsaanbod wordt aangepast aan de individuele behoefte van de leerling, dit kan bestaan uit extra instructie binnen of buiten de groep, dan wel een programma op niveau.

Deze extra hulp en het treffen van speciale voorzieningen binnen de school noemen wij de

“zorgverbreding“. Deze zorgverbreding is een zaak van het hele team. 

Om te zorgen dat de zorgverbreding zo optimaal mogelijk geschiedt, hebben wij twee intern begeleiders op school aangesteld (één voor de onderbouw en één voor de bovenbouw). We spreken over gedeeld IB schap op basis van gelijkwaardigheid. De IB-ers hebben zowel coördinerende, begeleidende als innoverende taken. 

De organisatie hiervan staat in diverse zorgdocumenten beschreven. 

bulletZorgstructuur en overlegvormen binnen de school
bulletProcedure leerlingenzorg
bulletTaken van de intern begeleider (IB-er)
bulletTaken van de remedial teacher (RT-er)
bulletTaken van de directie
bulletTaken van de groepsleerkracht
bulletToetskalender
bulletGroepsbesprekingen
bulletPlannen waarmee gewerkt wordt
bulletDossiervorming in een digitaal systeem (Parnassys)
bulletAfspraken RT en ouders

Aanwezige protocollen: 

bulletDyslexie protocol groep 1, 2, 3 en 4
bulletBeslissingsprocedure kleuterverlenging
bulletBeslissingsprocedure doublure
bulletIndividuele leerlijnen

Vorderingen van de kinderen worden nauwkeurig gevolgd. Daartoe is een leerlingvolgsysteem ingevoerd. Dit is inmiddels geautomatiseerd binnen ParnasSys. Regelmatig (ieder schooljaar wordt een signaleringskalender vastgesteld) worden de leerlingen in de groep getoetst op hun vorderingen t.a.v. rekenen, taal, schrijven, motoriek, lezen en sociaal emotionele ontwikkeling. Deze vorderingen worden schriftelijk/digitaal vastgelegd en o.l.v. de IB-ers in groepsbesprekingen bekeken.  

Wanneer hulp nodig is, maakt de leerkracht een (hulp)plan voor de leerling. Specifieke problemen worden met de IB-ers doorgesproken. Zij stellen dan samen een (handelings)plan op. Ouders worden hiervan op de hoogte gesteld. Indien noodzakelijk worden ouders ook betrokken bij de uitvoering ervan. De ontwikkelingen van de sociaal-emotionele ontwikkeling worden systematisch gevolgd en vastgelegd in SCOL (specifiek computerprogramma). Aan het einde van het schooljaar zijn evaluaties (met eventuele bijstellingen) en overgangsbesprekingen gepland. 

In specifieke situaties zal de I.B.’er contact leggen met externe deskundigen bijv. de Onderwijs Begeleidingsdienst (Eduniek). Zo maken wij maximaal vijf keer per jaar gebruik van collegiale consultatie. Hierbij kan een kind met specifieke problemen extra goed besproken worden met de bedoeling hulp op maat te kunnen bieden. Ook het aanraden van logopedie komt vaak voor.

De eventuele invulling hiervan blijft wel uw eigen verantwoordelijkheid. 

Vanwege het belang en de intensiteit van de zorg is er structureel tijd beschikbaar (minimaal vier hele dagen). Voor leerlingen die meer uitdaging vragen of aankunnen is apart lesmateriaal in de groepen aanwezig zoals bijv. plusboek rekenen, extra opdrachten Taalleesland, taal-, rekentoppers, Piccolo en Varia. 

In de periode tot 2011 wordt de wetgeving over de te bieden leerlingenzorg aangepast (“passend onderwijs”). Vanaf 2008 krijgen scholen met de effecten hiervan te maken. Het is onduidelijk hoe de wetgeving eruit zal zien. Wij werken de komende 4 jaar in ieder geval aan: 

bulletOmgang met “vroege lezers” in groep 1-2 en het vervolg daarop
bulletSpeerpunt lezen
bulletEffecten van zorg en “passend onderwijs”
bulletMinder "behandeltijd", meer preventief werken
bulletVan veel individuele handelingsplannen komen tot plannen op groeps- en schoolniveau
bulletEffectieve instructie (de instructie dient o.a. gekenmerkt te zijn door een combinatie van een leerkracht- en kind georiënteerde benadering)
bulletKritisch bekijken wat de (coachende) rol van IB-ers/RT-er is t.o.v. de leerkracht.
Het project "afstemming" vanuit het NIS, is hiervoor een startpunt.
bulletInrichting en gebruik van de kieskast in combinatie met de dag- en weektaken

Zie ook: Remedial teaching

Terug naar de top

Orthoteek

De aanwezige orthoteek is een verzameling van onderzoek- en begeleidingsmiddelen. Het is een hulpmiddel dat ingezet kan worden bij de begeleiding van kinderen met ontwikkelings-, leer- en/of gedragsproblemen, maar ook voor de “snelle” leerling.

Rapporten

De ouders van de kinderen uit groep 1 en 2 krijgen twee keer per jaar een uitnodiging voor een mondeling verslag.
Aan het einde van het schooljaar krijgen ze geschreven verslagen mee naar huis.

De plakboeken zijn, op bepaalde tijden per dag, in de klas te bekijken; leuk voor u maar ook voor uw kleuter.

De kinderen van groep 3 t/m 8 krijgen tweemaal een rapport dat wordt besproken. De ouders of verzorgers worden dan uitgenodigd voor een gesprek van 10 minuten. Het derde rapport van groep 3 t/m 7 is het eindrapport en wordt aan de kinderen meegegeven. Voor groep 8 is het tweede rapport tevens het laatste.

Als u behoefte heeft aan meer informatie: aarzel niet en maak een afspraak.

Sociale veiligheid

De sociale veiligheid waar veel scholen in Nederland problemen mee hebben staat bij onze prioriteiten niet hoog. Niet omdat we dit niet belangrijk vinden, maar omdat dit in ons dorp minder speelt. De sociale omgeving is juist een groot pluspunt is van onze woon- en werkomgeving. Dit neemt niet weg dat we preventief met dit belangrijke onderwerp bezig zijn en blijven. We noemen hier specifiek de al beschreven zaken als: 

·         Zichtbaar aanwezige gedragsregels en eventuele sancties

·         Incidentenregistratie

·         Pestprotocol (inclusief pesttest groep 6 t/m 8)

·         Sociaal-emotionele ontwikkeling

·         Klachtenregeling

·         Protocol vermoeden van huiselijk geweld, mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbruik (zie bijlagen)

·         Samenwerking hometeam SESA/GGD

·         Zorgloket Leusden

·         Vertrouwenspersonen 

De inspectie geeft tot drie keer toe aan dat ze de sfeer op school als goed beoordeeld. Ook het aantoonbaar veilig voelen door leerlingen en personeel wordt als goed beoordeeld.

Gevoelde veiligheid en sfeer worden door ouders en leerkrachten zelfs als sterk punt ervaren.

Ook leerlingen geven aan de sfeer goed te vinden en zich veilig te voelen.

Toelatingsbeleid/leerlingstatuut

Hiermee wordt bedoeld onder welke voorwaarden we kinderen wel of niet aan kunnen nemen, of in het ergste geval tot verwijdering moeten overgaan. Basisvoorwaarde is dat de ouders (cq verzorgers) de identiteit, eigenheid en traditie van onze school respecteren en hun kind hierin blijvend willen laten delen. Bij het intakegesprek wordt hier apart aandacht voor gevraagd. Bij twijfel aan wat die basisvoorwaarde inhoudt worden ouders geacht hier specifiek naar te vragen.
De ouders moeten alle relevante informatie over het kind (bijvoorbeeld een verwijzing van de regionale verwijzingscommissie of een Speciale Onderwijsindicatie) met de directie delen. Het achterhouden van informatie kan het weigeren van de inschrijving tot gevolg hebben; ook met terugwerkende kracht. Onderwerpen van gesprek kunnen dan ook zijn: motorische ontwikkeling en lichaamskenmerken, zintuiglijke ontwikkeling, taalontwikkeling, sociale ontwikkeling en persoonlijkheidskenmerken.
In het toelatingsbeleid staat het belang van het kind en dat van de al aanwezige kinderen en leerkrachten op onze school centraal. Het is voorstelbaar dat ook om praktische redenen (gebouw, infrastructuur, personeelsgebrek of taakbelasting e.d.) toelating geweigerd moet worden.
Het kan daarom zijn dat in de afweging van belangen besloten wordt dat een kind niet toegelaten kan worden. Een dergelijk besluit wordt door de directie schriftelijk toegelicht.

De klachtenprocedure is ook van toepassing op het toelatingsbeleid. 

De school is in principe toegankelijk voor iedereen, belangrijke uitgangspunten hierbij zijn: 

bulletOuders verstrekken de school alle informatie die noodzakelijk is om tot een goede beslissing te komen.
bulletZakelijke afspraken worden schriftelijk vastgelegd en ondertekend (contract).
bulletDe school en de leerkracht(en) dienen eventuele extra zorgen aan te kunnen en te zien zitten.
bulletEen kind dient zindelijk te zijn als hij/zij op school komt. Indien er een goede regeling afgesproken kan worden, mag dit punt de komst van een leerling niet in de weg staan.
bulletDe school heeft de plicht overige ouders goed te informeren over de gang van zaken in de groep.
bulletTerugplaatsing vanuit SBO is altijd bespreekbaar, indien de collega school hier achter staat.

Als school hebben we echter niet alle kennis en zorg in huis die de kinderen nodig kunnen hebben. Een goede afweging of een kind bij ons op de juiste plek is, bij aanname, maar ook tijdens het verblijf op onze school is noodzakelijk. De schoolmogelijkheden hebben een grens, die steeds weer geanalyseerd dient te worden: 

-          Er kunnen weerstanden zijn vanuit het kind zelf (sociaal-emotioneel)

-          De relatie tussen leerkrachten en leerling leveren grote problemen op (onhanteerbaar gedrag)

-          De relatie tussen de leerlingen onderling leveren grote problemen op (pesten, angstgevoelens, onveiligheid)

-          Het behandelingstraject gaat de draagkracht van de school te boven

-          De leerkrachten kunnen de hulpverlening over een langere periode niet continueren.

-           De relatie met de ouders verloopt slecht (geen onderling respect en vertrouwen) 

Dit kunnen zwaarwegende redenen zijn om een leerling naar een andere school te verwijzen.

Terug naar de top

Toelating van leerlingen met een leerling-gebonden financiering (rugzakje)

Met ingang van het schooljaar 2003/2004 is de Wet op de Leerling Gebonden Financiering van start gegaan. Dit zgn. rugzakje is bedoeld voor leerlingen, die aantoonbaar zonder extra ondersteuning, geen regulier basisonderwijs kunnen volgen. Om dit te beoordelen zijn er onafhankelijke commissies ingesteld. De Commissie van Indicatie beoordeelt op grond van de landelijke criteria of een leerling toelaatbaar is.  De ouders kunnen op basis van deze indicatie een keuze maken voor het regulier onderwijs. 

Op onze school zijn ook kinderen welkom waarvan de specifieke ontwikkeling anders verloopt.
Dit zijn kinderen met stoornissen waardoor regulier onderwijs een probleem zou kunnen opleveren.

We denken hierbij aan:

bullet

Kinderen met visuele handicaps

bullet

Kinderen met communicatieve handicaps (gehoor-, taal- en/of spraakproblemen)

bullet

Kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke handicap en langdurige zieke kinderen met een lichamelijke handicap

bullet

Kinderen met psychiatrische of gedragsstoornissen en/of ernstige leerproblemen en langdurige zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap.

Of een kind in aanmerking komt voor het zogenaamde rugzakje of toch beter in het speciaal onderwijs een plekje kan krijgen, wordt in eerste instantie beoordeeld door de onafhankelijke commissie. Als school zullen wij per aanmelding een zorgvuldige afweging maken of wij het kind kunnen begeleiden en de benodigde zorg ook echt aankunnen.  

De zorgcommissie (IB-ers en directie) stelt na aanmelding een voordracht op, die ter goedkeuring aan het team zal worden voorgelegd. Het team neemt een besluit op basis van consensus (overeenstemming). Er wordt een contract/handelingsplan opgesteld, waarin doelen, termijnen en evaluaties omschreven staan.

Tegelijkertijd wordt de aanvraag voor de Leerling Gebonden Financiering (LGF) opgestart. Voor de school betekent dit extra formatie en geld om de leerling optimaal te kunnen begeleiden. Nadat de ouders schriftelijk akkoord zijn gegaan met de inhoud van het contract/handelingsplan, zal de leerling worden toegelaten.

M.b.v. vooraf vastgestelde evaluaties worden de ontwikkelingen van de leerling (en de groep waarbij de leerling is ingedeeld) goed bijgehouden en geëvalueerd. Plannen worden naar aanleiding hiervan eventueel bijgesteld. Na ieder half jaar wordt gekeken of handhaving kan worden gecontinueerd. Belangrijke criteria hierbij zijn:

bullet

Welbevinden van de leerling

bullet

Welbevinden van de groep

bullet

Welbevinden van de leerkracht/school

Mocht er onenigheid over besluiten ontstaan, dan zijn wij aangesloten bij een geschillencommissie.

Belangrijke extra uitgangspunten:

bullet

Ouders van kinderen met een beperking melden het kind aan bij de indicatiecommissie.

bullet

We verwachten (ook) van ouders extra inspanning(gen) om het verblijf van leerlingen mogelijk te maken.

bullet

Voorop staat het welzijn van het kind. Het kind moet zich gelukkig voelen.

bullet

De overige kinderen van een groep mogen niet te kort komen doordat er (een) kind(eren) met (een) beperking(en) aanwezig is (zijn).  Dit is zeker in het geding bij kinderen met gedragsproblemen. Ieder kind op school heeft het recht zich veilig te voelen.

bullet

De school geeft tijdig aan als zij de zorg voor een kind met een beperking echt niet zien zitten. De ouders zijn vrij om de Adviescommissie voor toelating en begeleiding (ACTB) in te schakelen.

bullet

Indien noodzakelijk worden externe instanties ingeschakeld zoals een
Sociaal Pedagogische Dienst.

bullet

Ieder jaar stellen we, samen met de ouders van een kind met een beperking, een handelingsplan op. Ouders en school hebben een gezamenlijke verantwoording. Het handelingsplan dient door de ouders en de school te worden ondertekend.

bullet

Tijdens de jaarlijkse evaluaties bekijken we steeds opnieuw of het kind met een rugzakindicatie bij ons nog steeds op de juiste plek is.

bullet

Indien de school besluit dat het kind verwezen dient te worden en de ouders verlenen geen medewerking, heeft dit gevolgen voor de verdere opvang. Vanzelfsprekend laten we het kind niet de dupe worden van de keuze van de ouders en we zullen het kind zoveel mogelijk helpen, maar er is geen sprake van het gemotiveerd verleggen van grenzen. De zorg die het kind nodig heeft vraagt om een andere onderwijssetting die de grenzen van ons te boven gaan.

bullet

Onderwijskundige doelen worden voor een kind met een beperking bijgesteld.
Hierbij laten we de kerndoelen dus los.

bullet

De contacten met de ouders van een kind met een beperking zijn (kort en) regelmatig.
Dit wordt in goed onderling overleg met elkaar afgesproken.

bullet

Over de inzet van de extra gelden (rugzakje) beslist de school in goed overleg met de ouders.

bullet

De ouders beslissen over (eventuele) extra gelden (persoonsgebonden budget) in goed overleg met de school.
   

Weer Samen Naar School/samenwerking NIS

Een van de doelstellingen van het onderwijsbeleid in Nederland is erop gericht om op basisscholen een zodanige zorg aan te bieden dat er een minimale uitstroom is naar speciale scholen voor het basisonderwijs. "Samen naar school" dus. Kinderen met aanmerkelijke leerproblemen of gedragsproblemen kunnen dan zo lang als verantwoord is op de "gewone" basisschool in hun eigen omgeving blijven. De eventueel toch noodzakelijke uitstroom naar het speciaal basisonderwijs wordt met bijzondere zorg begeleid. 

Om het beleid verantwoord gestalte te kunnen geven werken verschillende basisscholen samen met speciale scholen voor het basisonderwijs. De St. Jozefschool werkt binnen een groot samenwerkingsverband, N.I.S. (Nieuw Interzuilair Samenwerkingsverband) geheten, dat in geheel Eemland haar werkterrein vindt. Speciaal voor de deelnemende scholen van de gemeente Leusden is er een deelverband actief. De school werkt verder samen met: 

bulletSESA
bulletREC 4 CP van Leersumschool
bulletBureau Jeugdzorg/GGD
bulletRiagg
bulletJeugdloket Leusden
bulletEduniek (onderzoek en collegiale consultatie)
bulletLogopediste Heelkom
bulletFysiotherapie Heelkom
bulletIndividuele hulpverleners indien noodzakelijk

In het zorgplan van het NIS wordt beschreven welke activiteiten ondernomen worden voor het realiseren van zorg op maat voor alle leerlingen. Op grond van het aantal leerlingen krijgen scholen gelden van het Rijk om die zorg te bekostigen. Over de besteding van die gelden wordt gezamenlijk binnen het samenwerkingsverband besloten. 

In grote lijnen zijn de volgende afspraken en activiteiten in het zorgplan vastgelegd:

bullet

Iedere basisschool geeft, binnen bepaalde minimumeisen, zelf vorm aan de zorg voor alle leerlingen. Binnen iedere school heeft een interne begeleider daarin een coördinerende rol

bullet

Lokaal zijn scholen gegroepeerd in werkverbanden (werkverband Leusden). Hierin wordt o.a. door interne begeleiders van de betreffende scholen door uitwisseling van ervaringen gewerkt aan verbreding en verbetering van de activiteiten rondom zorg.

bullet

Waar scholen in de begeleiding van leerlingen extra zorg nodig hebben, kunnen ze een beroep doen op begeleiders van de Onderwijs Begeleidingsdienst (Eduniek). Eduniek medewerkers vormen, samen met collegiale consultanten (leerkrachten uit het speciaal basisonderwijs) van het NIS, een zorgteam. Vanuit de zorgteams kan ondersteuning worden ingezet op leerkrachten ten behoeve van een leerling.

bullet

Binnen het NIS zijn vijf scholen voor speciaal basisonderwijs (Anne Annemaschool, Kingma-school, Michaëlschool, van der Hoeveschool en De Opmaat) actief. Wanneer leerlingen met de extra zorg op de basisschool niet voldoende begeleid kunnen worden, kunnen zij in scholen voor speciaal onderwijs zorg krijgen die bij hen past.

bullet

Om hun kind tot één van deze locaties van het speciaal basisonderwijs toe te kunnen laten, moeten ouders/verzorgers een aanvraag voor een beschikking voor toelaatbaarheid doen bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) van het NIS. De school kan de ouders informeren en begeleiden bij het aanvragen van een dergelijke beschikking. De commissie geeft advies, in de vorm van een beschikking. Bezwaren tegen het advies kunnen binnen zes weken schriftelijk bij de PCL ingediend worden, die vervolgens vaststelt of er zwaarwegende redenen zijn om het advies te herzien. 

Het afstemmen van de zorg vraagt voortdurend om ontwikkeling en aanpassing.
Het NIS stimuleert en ondersteunt ons hierin, wij maken gebruik van het zorgplan van hen.

Terug naar de top

Zieke leerlingen (langdurig)

Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat leerlingen die in verband met langdurige ziekte thuis verblijven dan wel zijn opgenomen in een ziekenhuis, op adequate wijze voldoende onderwijs kunnen genieten. De groepsleerkracht van het langdurig zieke kind is hier verantwoordelijk voor en schakelt indien noodzakelijk externe hulp via Eduniek in.

Zorg voor het jonge kind

Kinderen kunnen op het moment dat ze vier jaar worden instromen, ongeacht welke periode van het schooljaar. Hierdoor ontstaan verschillen in de schoolloopbaan. Sommige kinderen doorlopen de basisschool in krap acht jaar, terwijl andere kinderen er bijna negen jaar over (mogen) doen. Hiervoor  hebben we richtlijnen vastgesteld. Leerlingen die jarig zijn in september t/m december noemen we zgn. "herfstkinderen". De overgang van groep 0 (instroomgroep) naar groep 1 (eerste leerjaar basisschool) wordt extra kritisch bekeken en besproken. 

In de eerste vier levensjaren van het kind is de basis al gelegd, heel belangrijke jaren. Een basis die wij met veel zorg zullen versterken, verdiepen en verbreden. Heel bewust gaan wij om met deze leeftijd en wordt het fundament versterkt.

Elke ontwikkelingslijn wordt in kaart gebracht en verder uitgebouwd. Spelsituaties zijn leersituaties, die bij het kind passen. Daar maken wij gebruik van, als het kind zich prettig voelt gaat het leren vanzelf.

Wij kiezen ook voor momenten waarin wat meer concentratie van kinderen verwacht wordt; de werkhouding wordt zo ook ontwikkeld.

We kijken naar wat het kind nodig heeft, zowel wat leerstof betreft, als naar hun motivatie en vaardigheden. Afstemmen en aansluiten bij het kind zijn de uitgangspunten, u begrijpt dat de leerkracht over goede organisatorische eigenschappen moet beschikken om met al die verschillen om te gaan, geen kind is hetzelfde. Dat geldt overigens voor alle kinderen ook voor de oudere. Wij hebben een aanvang gemaakt om te werken volgens “meervoudige intelligentie”. Wat kan het kind goed en hoe kunnen we daar gebruik van maken om ook de minder ontwikkelde aspecten onder de aandacht te brengen. Als je iets goed kunt, wil je dat vaak doen. Stel je kunt goed muziek maken, maar niet zo goed tellen, dan kun je misschien met het maken van stapjes op de maat wel de getallenrij opzeggen. Deze manier van werken zullen wij de komende jaren verder uitbouwen. 

Jonge kinderen leren ongelooflijk veel in korte tijd, daar willen we alle aandacht aan besteden.
Voorbeelden uit de praktijk van hoe we werken met kleuters:  

bullet

Motorische ontwikkeling zoals knippen, vouwen, bouwen, rennen, huppelen, tekenen met grove en fijne materialen, steeds kleiner, bewegen met het lijf, armen en vingers.

bullet

Taalontwikkeling zoals liedjes zingen, versjes onthouden en goed uitspreken, rijmen, begrijpen van teksten met en zonder plaatjes, vragen beantwoorden, begrijpen van oorzaak en gevolg, zinnen maken en het kennen van woordbetekenissen.

bullet

Leesontwikkeling zoals luisteren en navertellen/spelen van verhalen, zin krijgen in het zelf lezen van boeken, proberen te schrijven, interesse krijgen in letters (beginnende geletterdheid).

bullet

Denk- en rekenontwikkeling zoals het logisch neerleggen van plaatjes of een verhaal in de tijd zetten, reeksen leggen bv. van klein naar groot, sorteren, interesse krijgen in cijfers en hun betekenis, het kunnen gebruiken van cijfers (beginnende gecijferdheid), groepjes maken, aantallen herhalen en samen kunnen voegen, verdelen en inzicht hebben in wat en waarom je dingen doet.

bullet

Creatieve ontwikkeling zoals het leren werken met allerlei materialen en technieken, zingen, dansen en bewegen. 

We werken met thema’s, de kapstok waaraan wij bovengenoemde onderdelen ophangen. Een voorbeeld: het thema “familie”. Met een gebeurtenis, boeken, verhalen en foto’s kunnen we het thema inluiden, we spelen de verjaardag van oma bv. na, maken uitnodigingen, brieven naar elkaar, spelletjes knutselen, huizen vouwen, grote en kleine. Familiefoto’s maken, tekenen, hoeveel mensen in het gezin, woordenschat uitbreiden bv. oma-grootmoeder-overgrootvader-stamboom-familieband. 

Zo werken we ook in groep 3 en 4; we vervolgen de ontwikkelingslijnen. D.m.v. toetsing op vaste momenten in het jaar, zonodig eerder en vaker, bekijken we waar het kind is en wat het kind nodig heeft om het voorgenomen punt te bereiken en/of de volgende stap te maken. Steeds zet je de lijn en het perspectief uit. Regelmatig zijn er methode onafhankelijke toetsen om te kijken of we de kwaliteit bieden waar we voor staan. 

In groep 3 en 4 gaan kinderen meer technisch leren lezen, schrijven en rekenen, ze automatiseren het om het te kunnen gebruiken bij het algehele leerproces, want dat is eigenlijk waar het voor bedoeld is; lezen, schrijven en rekenen zijn voorwaarden om te communiceren, het begrijpen van de wereld, het maken van bewerkingen die we gebruiken bij bouwen, techniek etc. Ook het leren verwerven van informatie op allerlei manieren is heel belangrijk. Wij maken onderdeel uit van een lerende maatschappij, dat houdt nooit op. We willen dat de kinderen dat begrijpen, het waarom van de dingen, het willen ontwikkelen, verder willen komen. Er zijn verschillen, dat is de normaalste zaak van de wereld, zo willen wij ook omgaan met al die verschillende kinderen, die op verschillende manieren leren. 

En dat brengt ons bij een heel belangrijk onderdeel: hoe gaan we om met elkaar, hoe gaan we om met de wereld? Dat begint thuis, in de straat, de familie, wij gaan daar op school mee verder, wij willen ook daarvoor de kinderen handreikingen geven. We maken gebruik van de methode “Leefstijl”, die elk jaar in vaste onderdelen terugkomt, steeds met weer wat extra’s, weer wat dieper ingaan op de materie. 

Er is ongelooflijk veel te doen, maar er is ook heel veel kennis en ervaring in het team. Daarnaast putten wij uit hele goede en moderne methodes. Bij de kleuters maken wij gebruik van Schatkist, een allround methode voor lees- en rekenvoorwaarden bij kleuters, deze voorziet ook in de behoefte van kinderen om te beginnen met het daadwerkelijke (technische) lezen en rekenen. Het lezen (en de daarmee samenhangende woordenschatontwikkeling) heeft onze grootste aandacht, het is zoals we dat noemen een “beleidspunt”. Voor de kleuters is een aantrekkelijk ingerichte centrale hal (het "lees- en taalplein”) aanwezig.

Terug naar de top